Door Peter Nefkens – Dagblad van het Noorden, 3 december 2025: “Meppelers hockeyen tot ver na hun zestigste levensjaar: ‘Met je stick het graf in’“.
Via Jaap Zandbergen was de pers van de Meppeler Courant en Dagblad van het Noorden tijdens de OLW Zwolle aanwezig en maakte verslag van de OLW. Het artikel mochten we met toestemming hieronder plaatsen. Ben je abonnee? Dan is hier de link naar het artikel.
Hockeyen tot ver na het zestigste levensjaar: ‘Met je stick het graf in’

Achterste rij staand: Jaap Zandbergen, Arend Kuipers, Peter Akerboom, Theo Assou van der Putten, Rob Back (s), Fred Sterenborg, Bob Bakker, Jan Dekker, (s), Evert-Jan Meijers (s), Daan Holsboer (s) en Adriaan Knopper. Middelste rij (gehurkt en staand): Hans Formsma, Jeroen van Huijstee, Joke Rosingh, Marlies Bressers en Alice Nieboer. Voorste rij (gehurkt): Henk Janssen, Will de Bondt, Frans Houben, Tineke van Wijlandt, Vera Leeuwerik, Neville Blijham en Bram Teunissen. Met een ‘s’ is een scheidsrechter.
Zwolle/Meppel – In de hockeywereld kennen ze het begrip veteranen, daartoe behoor je al als je de 40 bent gepasseerd. Een vijftal Meppelers mag dan wel superveteraan worden genoemd, want zij spelen met meer dan 700 gelijkgestemden met de Nederlandse Hockey Club 60+ wedstrijden door het hele land. De twee oudste leden zijn inmiddels 90 jaar. „Ik hockey tot mijn dood en ga met mijn stick het graf in”, zegt Jeroen van Huijstee uit Lochem zelfs.
Dat hoeft van de Meppelers nu ook weer niet. Met zijn 84 jaar is Jaap Zandbergen de oudste van de vijf, Henk Janssen is 80, maar momenteel even geblesseerd. Net als Harry Assen, Arend Kuipers en Peter Akerboom gunnen ze zichzelf en andere liefhebbers van deze sport ‘een leven lang hockey’. Dat is niet voor niets de slogan van de NHC60+ en werd vorige week dinsdag in de praktijk gebracht op de velden van HC Zwolle.
Tweemaal per maand zijn er de onderlinge wedstrijden, waarbij gestreden wordt in drie categorieën: prestatie, breedte en senioren. Op het veld is het verschil duidelijk merkbaar op deze waterkoude dag, want waar twee categorieën het vrij rustig aan doen, zit er bij de prestatieve groep nog wel wat vuur in de benen en de stick. Zelfs het commentaar op de leiding, zoals jonge veteranen (40+) dat zo goed kunnen, is zichtbaar.
Noord ondervertegenwoordigd
Het is leuk om drie potjes van een half uur te hockeyen. „Natuurlijk wil je altijd graag winnen, maar de nazit is het belangrijkste. De leden komen vooral uit het westen en zuiden, noord en oost zijn ondervertegenwoordigd en dat is jammer”, vindt Zandbergen. Kuipers komt net balend van het veld nadat zijn ploeg een 1-0 voorsprong vrij knullig uit handen gaf. Aan het eind van de dag was hij het alweer vergeten.
Er is opvallend veel oranje te zien in- en om het clubhuis van HC Zwolle. Dat is niet voor niets, want hier lopen heel veel internationals rond. Het zijn, op een enkeling na, geen oud-hoofdklassespelers, maar wel hockeyers die een prima figuur slaan op het kunstgrasveld. Al die oranjehemden hebben zich in een vertegenwoordigend Nederlands elftal van hun leeftijdscategorie gespeeld, zoals Jaap Zandbergen bij de 80+.
Nederlands elftal
Hans Formsma uit Bathmen ook. „Mijn broer Koos heeft hoofdklasse gespeeld blij Bloemendaal, maar nooit het Nederlands elftal gehaald. Ik wel”, lacht Hans. Broer Koos woonde jarenlang in Havelte in de tijd dat hij manager was van het Nederlands hockeyelftal. Hans Formsma speelde ooit voor Quick Stick uit Heerenveen. „Ja, ik heb ook vaak tegen Meppel gespeeld.” In 1991 verloor Quick Stick de titelstrijd van de studenten van GCHC na een 8-4 nederlaag in Meppel. Een jaar later promoveerde de ploeg alsnog naar de eerste klasse na in Meppel een 2-0 achterstand te hebben weggepoetst. Het promotiefeestje van Meppel, waar de band al lawaai maakte, viel in duigen.
Het zijn dergelijke verhalen die in de onderlinge gesprekken verteld worden, want veel hockeyers komen elkaar al tegen sinds ze competitie speelden, of het nu overgangsklasse of derde klasse was. De ene keer komen ze samen in Tilburg, Leiden of Hoorn, de andere keer in Venlo of zelfs Yerseke. „Dat is me net iets te ver weg”, constateert Arend Kuipers. „Venlo is het verste weg waar we heen gaan, daar kregen we dit keer na afloop asperges.” Zandbergen lacht: „En in Hellevoetsluis werden we verblijd met oesters en mosselen.”
Een grote studentenclub
Wat de locaties betreft is Zwolle het meest noordelijk en dat terwijl er in Groningen, Friesland en Drenthe nog zat (oud-)hockeyers rondlopen, al dan niet nog actief bij een club. De Meppelers denken alleen al aan clubs als Steenwijk, Hoogeveen, Emmen en Quick Stick. Jeroen van Huijstee heeft ook een verleden in Groningen liggen met GCHC. Wat hem betreft breidt de olievlek zich nog verder uit naar het noorden, want dat er groei zit in het 60+-hockey is duidelijk. „Ik ben overgehaald om mee te gaan en ben de mannen dankbaar, want ik wist niet eens dat dit bestond”, zegt Peter Akerboom.
Zijn er dan alleen maar mannen? Nee hoor, er komen steeds meer dames bij. Zoals Tineke van Wijlandt uit Zwolle. „Het mooie is dat je echt in beweging blijft, ook op oudere leeftijd moet je fit blijven”, vindt de 69-jarige voormalige hoofdklassespeelster van toen nog ZMHC, ruim voor de fusie met Tempo’41. Ze speelt ook nog iedere zondag bij HC Zwolle. „Daar zit ik in een 30+-team met allemaal jonge moeders”, lacht ze. Is sporten op hoge leeftijd dan echt zo gezond? Van Huijstee, zelf arts in ruste, stelt vast dat de kans om op het hockeyveld te overlijden, klein is. „Er zijn in de afgelopen zeven jaar negen reanimaties geweest, al die mensen hebben het overleefd, sommigen hockeyen zelfs weer. Als ze een hartaanval in het bos hadden gekregen, waren ze er niet meer geweest. Er is een medische commissie, ieder team heeft mensen die de AED kunnen bedienen en er zijn EHBO’ers aanwezig.”
Info: www.nhc60plus.nl




















































